Proef met inlooppunt huiselijk geweld werkt, belangstelling van gemeentes

De proef met een inlooppunt voor huiselijk geweld in Tilburg loopt goed. Sinds de pilot ruim een half jaar geleden begon meldden zich meer dan tachtig vrouwen en enkele mannen bij Filomena Hart van Brabant. Andere Brabantse gemeenten volgen de pilot met belangstelling.

“Filomena voorziet in een behoefte. Het aantal mensen dat zich heeft gemeld, overtreft onze verwachtingen”, zegt Ingrid van Hoof, kwartiermaker van Filomena Hart van Brabant. “Mensen kunnen hier zonder afspraak binnenlopen, ons bellen of met ons chatten. Ze vinden hier een veilige plek waar naar ze wordt geluisterd. Er zijn hulpverleners aanwezig, de politie kan uitleg geven over aangifte en de GGD kan forensisch onderzoek uitvoeren. Opvallend: bijna 30 procent van de melders heeft via Filomena voor de eerste keer hulp gezocht.”

Gemeentes tonen belangstelling
De aanpak blijft niet onopgemerkt. Brabantse gemeenten onderzoeken of ze iets soortgelijks kunnen opzetten. Zo ook in Eindhoven. “We verkennen een Filomena-aanpak”, zegt een woordvoerder. “We halen ervaringen op bij gemeenten zoals Tilburg. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn complexe veiligheids- en gezondheidsvraagstukken. Daar is een brede aanpak voor nodig.”

Ook Breda toont interesse. De gemeente heeft contact met Filomena Hart van Brabant en bracht een werkbezoek aan Rotterdam, waar het concept in 2020 begon. “Iedere vorm van geweld er één te veel”, zegt een woordvoerder. “We analyseren hoe we nu werken om geweld te signaleren en blijvend te stoppen. We maken een actieplan met focus en samenhang. Onderdeel daarvan is het verkennen of een inlooppunt hieraan kan bijdragen.”

Filomena Hart van Brabant opende, als eerste inlooppunt in Brabant, in oktober 2025 de deuren. “Onze gastvrouw is zelf ervaringsdeskundige en vangt mensen op”, zegt intensief casemanager Geesje. “Zij weet hoe moeilijk het kan zijn om je verhaal te vertellen. Vaak speelt schaamte een rol. Mensen hebben regelmatig te maken met jarenlange patronen van intieme terreur en dwingende controle.”

De verhalen maken indruk op Geesje. Zij begeleidt mensen bijvoorbeeld bij het onderzoeken of een aangifte kans van slagen heeft. “Een vrouw had te maken met seksueel geweld in haar relatie, forse mishandelingen en jarenlange controle. Na het verbreken van de relatie werd ze gestalkt. Er waren geen getuigen. Ze had alleen de appjes. Is dat genoeg? Dat kruipt onder je huid.”

Na elk spreekuur maken de intensief casemanagers samen met politie en hulpinstanties een hulpplan. Van Hoof: “Soms nemen andere zorginstanties de hulp over. Wij blijven mensen begeleiden die in complexe situaties zitten. We laten niet los totdat het veilig is.”

Aanpak werpt zijn vruchten af
De aanpak lijkt te werken, ziet Geesje. “Sommige mensen krijgen weer toegang tot hun sociale netwerk waarvan ze werden geïsoleerd en toegang tot financiën. Sommige vrouwen zijn weggegaan bij hun partner en worden opgevangen in hun netwerk.”

Filomena Hart van Brabant heeft ook oog voor mensen die geweld gebruiken. “We weten van organisaties zoals Sterk Huis dat zij vaak gemotiveerd zijn om te stoppen”, zegt Van Hoof. “We hebben contact met het netwerk van hulpvragers, ook met mensen die geweld gebruiken. Dit gebeurt altijd in overleg met de hulpvrager. Zo hebben we iemand geadviseerd om zich aan te melden bij het plegeraanbod van het Expertisecentrum huiselijk geweld en kindermishandeling. Op deze manier we situaties eerder veiliger maken.”

Read More