Moet je echt rennen voor een knipperend groen verkeerslicht?

Soms lijkt het alsof je bij een verkeerslicht moet rennen om nog op tijd aan de overkant te komen. Vooral als het groene licht al begint te knipperen. Maar klopt dat wel? Moet je sprinten voor je leven, of zit het systeem slimmer in elkaar? “Dat dwingende knipperen maakt dat je gehaast wordt”, zegt verkeersexpert Paul van de Coevering.

Het gevoel dat je moet opschieten of zelfs moet rennen is voor veel voetgangers herkenbaar. Daarom opende Omroep Brabant deze week een meldpunt waar Brabanders kunnen aangeven waar zij regelmatig moeite hebben om op tijd de overkant te halen.

Klik hier om een verkeerslicht door te geven waar jij regelmatig nét niet op tijd de overkant haalt. 

Bekijk alles op onze interactieve kaart
Op de onderstaande kaart zie je alle verkeerslichten en verhalen die vanuit de hele provincie zijn ingestuurd. Klik op de stipjes bij een plaatsnaam en ontdek waar Brabanders een sprintje moeten trekken om op tijd de overkant te halen.

Geen vaste regels voor groentijd
Volgens Van de Coevering werkt het in de praktijk iets anders dan veel mensen vrezen. Er zijn geen landelijke regels die overal hetzelfde zijn. Wel zijn er algemene richtlijnen voor hoe verkeerslichten worden ingesteld.

Gemeenten bepalen samen met gespecialiseerde partijen hoe lang voetgangers groen krijgen. “Het is een samenspel tussen de gemeente die verantwoordelijk is voor een goede afwikkeling en private partijen die dat echt uitvoeren”, legt hij uit.

Daarbij wordt vaak gerekend met een gemiddelde loopsnelheid van zo’n vijf kilometer per uur. Maar hoe lang je daadwerkelijk krijgt, hangt ook af van het kruispunt zelf. Een brede weg krijgt bijvoorbeeld meer tijd dan een kleine straat.

Slimme systemen bepalen de timing
Op veel kruispunten werken verkeerslichten met detectie in het wegdek. Die zien of er auto’s, fietsers of voetgangers staan te wachten. Daardoor is de volgorde niet altijd hetzelfde.

“Soms is er alleen tijd voor fietsers om over te steken en gaat alleen het fietslicht op groen”, zegt Van de Coevering. Gemeenten kunnen daarin ook eigen keuzes maken. “Je kunt een verkeerslicht zo afstellen dat voetgangers of fietsers meer prioriteit hebben. Maar je kunt ook kiezen voor meer doorstroming voor auto’s of bussen.”

Daardoor is het niet overal hetzelfde. De ene keer heb je ruim de tijd, de andere keer lijkt het ineens een stuk korter.

Knipperen betekent niet: rennen
Het knipperende groene licht zorgt wel voor stress. Het geeft een gehaast gevoel en veel mensen denken dat ze op moeten schieten. Maar volgens Van de Coevering heeft dat zenuwachtige, knipperende lichtje een andere functie. “Wat het in feite betekent is dat je eigenlijk niet meer moet beginnen met oversteken.”

Wie al onderweg is, hoeft dus niet ineens te sprinten. Het is heel normaal dat het licht alweer op rood springt terwijl je nog aan het oversteken bent. “Je kunt er echt van uitgaan dat als jij een redelijk normaal tempo loopt, dat je daadwerkelijk gewoon kunt oversteken en geen sprintje hoeft te trekken.”

Bernadette uit Tilburg trekt dat in twijfel. “Na twee stappen groen mogen de auto’s ook al rijden”, zegt ze over de Broekhovenseweg.

Read More