Een boete van 250 euro omdat een lamp te lang brandt. Een boete voor het gebruik van een elektrisch kacheltje. Of een boete omdat een vuilniszak niet snel genoeg buiten staat. Arbeidsmigranten krijgen van hun verhuurder soms zelfs flyers met huisregels en bijbehorende boetes. Maar wat mogen verhuurders eigenlijk wel en niet?
“Het is niet de eerste keer dat ik deze klachten hoor”, zegt onderzoeker arbeidsmigratie Jan Cremers van Tilburg University over de misstanden die door het Bestuurlijk Interventieteam (BIT) Hart van Brabant zijn geconstateerd in Midden-Brabant. “Dit is een vorm van misbruik die niet zou moeten kunnen.”
De positie van arbeidsmigranten is volgens Cremers kwetsbaar. Werk en huisvesting zijn vaak aan elkaar gekoppeld, waardoor werknemers afhankelijk worden van hun werkgever. Ook hebben arbeidsmigranten die via hun werkgever wonen niet altijd dezelfde huurbescherming als andere huurders.
Verhuurders mogen volgens Cremers niet zomaar boetes opleggen voor zaken die tot het normale gebruik van een woning behoren. “Woningcorporaties gaan niet eisen dat huisvuil op tijd op straat staat. Hoewel bij arbeidsmigranten vaak geen sprake is van huurbescherming, klopt dit niet.”
Energiekosten
Cremers begrijpt dat een verhuurder zich zorgen kan maken over hoge energiekosten, bijvoorbeeld wanneer bewoners elektrische kacheltjes gebruiken. Maar volgens hem mag een verhuurder daar niet zomaar een boete voor opleggen. De hogere energierekening komt voor rekening van de huurder. Volgens Cremers is een huis van de arbeidsmigrant een privésituatie. Een verhuurder mag daarom niet zomaar onaangekondigd de woning binnenkomen of controleren hoe iemand daar leeft.
Dat maakte hij ook mee. Een arbeidsmigrant was het zat dat zijn woning regelmatig werd bezocht terwijl hij aan het werk was. Daarom verving hij de sloten. “Dat mag niet zonder overleg met de verhuurder. Die heeft ook toegang, maar mag niet controleren of de afwas is gedaan.” Ook voor veranderingen aan de woning gelden regels. “Kleine dingen, zoals binnenmuren schilderen zijn aan de huurder. Groot onderhoud is voor de verhuurder.”
Kwaliteitseisen
De Stichting Normering Flexwonen (SNF) stelt kwaliteitseisen aan huisvesting van arbeidsmigranten. Die gaan onder meer om ruimte, privacy, hygiëne en veiligheid. “Als je die niet naleeft, word je op je vingers getikt”, zegt Cremers.
Maar volgens hem is er een belangrijk probleem: lang niet alle verhuurders en organisaties zijn bij de SNF aangesloten. Daarnaast proberen sommige organisaties volgens de onderzoeker te voorkomen dat arbeidsmigranten dezelfde huurbescherming krijgen als andere huurders. Zij hebben daardoor weinig mogelijkheden om zich te verweren tegen zulke praktijken. “Dan krijg je dit soort taferelen. In die zin zijn arbeidsmigranten vogelvrij.”
Volgens Cremers vrezen arbeidsmigranten dat ze hun baan én huis verliezen als ze bezwaar maken tegen een boete. Daarom betalen ze de boetes toch. “Het is een van de grote problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.”