Jan (72) verzamelt antieke fietslampen: ‘Er zitten echt pareltjes tussen’

Op de doorgaande weg tussen Reek en Schaijk heeft de 72-jarige Jan Appelhof al bijna vijftig jaar een fietsenwinkel. Nog steeds repareert hij ze maar al te graag, alhoewel hij ook steeds meer tijd vrij kan maken voor zijn bijzondere hobby. Jan verzamelt namelijk antieke fietslampen. Hij heeft er honderden in alle soorten en maten. “Het komt eigenlijk door mijn vrouw.”

Wie de fietswinkel van Jan binnenloopt zal de antieke fietslampenverzameling niet direct opvallen. Slechts één volle kast verraadt zijn verzamelwoede. “Dit is gewoon ter decoratie in mijn winkel. Boven staat er nog veel meer”, vertelt hij trots. “Ik heb ze nooit echt allemaal geteld, maar het zijn er wel een dikke driehonderd in totaal denk ik.”

“Hier staan ze dan”, vertelt de verzamelaar als hij de zolder oploopt. Daar staan meerdere vitrinekasten bomvol met de oude fietslampen. “Er zitten heel gewone bij, maar er zitten ook echt pareltjes tussen. De allerduurste heb ik niet, want die zijn niet te betalen. Ik betaal er maximaal vijf euro tot een tientje voor.”

Het begon allemaal op een rommelmarkt in Arnhem. “Het komt eigenlijk door mijn vrouw”, concludeert de fietsmaker, waarop zijn vrouw instemmend knikt. “Ja, het begon bij mij”, lacht ze. “Ik wilde een oud petroleumstelletje. Dat vond ik gewoon leuk om te hebben. Jan vond het eigenlijk niets om mee te gaan, maar dat deed hij toch.”

Al kwamen de twee uiteindelijk met iets heel anders thuis. “Hij kocht er één lamp en daarna is het niet gestopt. Een man op de markt zei dat die gekochte lamp zeldzaam was, maar dat moet je niet tegen hem zeggen”, vertelt ze. “Want dan ga ik ernaar zoeken en dan wordt dat een obsessie, een ziekte”, vult Jan haar aan. “Ik moest alles afgaan. Van België en Frankrijk tot aan Engeland. Allemaal voor die lampen. Het is een soort verzameldrang.”

Inmiddels heeft Jan honderden eeuwenoude fietslampen en zijn ze er samen stad en land voor afgereisd. “Onze dochter kwam rond drie à vier uur in de nacht thuis uit de kroeg en dan reden wij naar Frankrijk. Daar waren de mooiste markten”, vertelt Jans’ vrouw. “Dan kom je soms wel met een stuk of tien lampen thuis.”

Maar waar laat hij al die pracht en praal? “Eerst wilde Jan het in de woonkamer zetten, maar dat wilde ik niet. Dat is veel te veel poetsen”, vertelt ze. En dus begon Jan aan zijn eigen museum boven. Met trots loopt hij naar een van zijn alleroudste lampen. “Deze zat vroeger op de hoge bi, dat is zo’n fiets met zo’n groot voorwiel.”

De lichtbron van de zwarte lamp was een kaars. “Je draaide de onderkant eraf en stopte daar een kaars in. Er zat een reflector achter voor meer licht en er zit altijd een vergrootglas in. Het is een bijzondere lamp, want dit is echt een van de allereerste. We hebben het dan toch wel echt over 1885 ongeveer.”

Jan heeft fietslampen in alle soorten en maten. Aangedreven op carbid, olie en batterijen. “Je kunt er mooi mee bezig zijn. Er zitten lampen bij die ik echt helemaal zelf heb moeten opknappen omdat ze er niet meer uitzagen. Het mag best wat geleden hebben.”

En daar wil hij voorlopig nog niet mee stoppen,net als met het repareren van de tweewielers waar tegenwoordig moderne lampen opzitten. “Ik kan gaan zitten niksen of mijn lampen verder opknappen, maar dat doe ik er wel tussendoor. Laat mij maar fietsen maken. Als de mensen blijven komen natuurlijk, anders ga ik zelf fietsen”, zegt hij met een lach. 

Read More